| Foto's Das Rheingold | Foto's Die Walküre | Foto's Siegfried | Foto's Götterdämmerung |

 Home

Richard Wagner - Götterdämmerung
20 September 1998, Muziektheater Amsterdam 

 

 

Praktisch 1 jaar na het begin van de cyclus (Rheingold September 1997) sluit Götterdämmerung op een waardige manier de Ring. Het toeval wil dat precies op deze dag Bernard Haitink zijn "Carte Blanche-reeks" van concerten begint met een concertante Walküre in het Concertgebouw. Amsterdam is in de ban van Wagner.

Proloog

De drie nornen zijn gekleed in een grijs gewaad met aan de voorkant een soort weefgetouw, op hun rug een oog. Dit oog zagen we reeds in andere vormen in de eerdere delen. Van een stuk touw dat ze elkaar toegooien is geen sprake, wel van een grote rode sluier waaronder ze zich verbergen als ze "zur Mutter hinab" gaan. Een rode sluier wordt vervolgens op ieder moment ingezet wanneer er sprake is van verwarring, het niet meer doorzien/begrijpen van een situatie, waar Götterdämmerung vol mee zit. Tijd voor de afscheidsscène van Brünnhilde en Siegfried, we weten dat het paar gevormd wordt door Jeannine Altmeyer als Brünnhilde en Heinz Kruse als Siegfried. In "die Walküre" waren we bepaald ontevreden over de verrichtingen van Jeannine Altmeyer, als excuus dient gezegd dat ze die avond niet goed bij stem was. Vanavond zet ze echter van begin tot eind een schitterende Brünnhilde neer, mooi zingend en doorleefd acterend. Ze begrijpt waar ze mee bezig is. Heinz Kruse heeft voor Siegfried zijn fysieke proporties niet mee (te klein en kromme benen), en als je hem dan ook nog de verkeerde kleding aantrekt lijkt het helemaal nergens meer op. Maar goed, als toeschouwer wordt je geacht daar doorheen te kijken en dat lukte dankzij goed zingen en redelijk acteren. Een gloeilamp zakt aan een koord naar beneden en we herinneren ons Rheingold waar ze geassocieerd waren met Freia, dus met liefde.

Het orkest zit tot onze opluchting daar waar het hoort, gewoon beneden in de bak, de circel is weer rond. Daar zaten ze ook in das Rheingold. Uit het zicht, waardoor de handeling goed tot zijn recht komt en aan dramatiek wint. Een deel van de Wereld-Es uit die Walküre komt terug en loopt in een boog van het podium de zaal in en weer terug. Belangrijke statements worden van deze plek de zaal ingeslingerd.

Doordat bijna de hele zaal als toneel wordt gebruikt kan er van toneelwisselingen eigenlijk geen sprake zijn en wordt er vooral van belichting en het neerlaten van bepaalde attributen en het open en dicht schuiven van het podium gebruik gemaakt om verandering van lokatie te suggereren. Dit werkt goed en als toeschouwer wordt je meegezogen in de handeling.  

Eerste Akte

Na Siegfried's Rheinfahrt belanden we in de hal van de Gibichungen. Gunther en Gutrune zijn in mooie room-witte kostuums gekleed, Hagen in een zwarte cape, zwarte broek en blote behaarde buik. Afgezien van het rampenpak van Siegfried in de proloog en 1e akte, is de kostumering van grote klasse. De kostuums zijn van een stijlvolle strakke eenvoud in een heldere kleur. Gunther en Gutrune lijken een soort incestueuze relatie te hebben, het doet denken aan de incestueuze relatie Siegmund-Sieglinde. Overdekt met een rode sluier biedt Gutrune de vergetens-drank aan Siegfried aan en prompt wil hij Gutrune als zijn vrouw. Hagen staat ondertussen als regisseur druk te gebaren hoe zijn half-broer en half-zuster zich dienen te gedragen om zijn plannen te verwezenlijken. Met behulp van Nothung worden de aders opengehaald om de bloedsbroeder-eed te zweren en vervolgens gaan beide heren op weg naar Brünnhilde. Hagen blijft achter om op de hal te passen, terwijl Brünnhilde bezoek krijgt van Waltraute. Waltraute kwijt zich goed van haar taak en een gevoelige scène volgt. Natuurlijk staat Brünnhilde de ring niet af, het is nu niet meer de ring van de macht maar van de liefde. Nadat Waltraute is afgedropen, flakkert het vuur nogmaals op en verschijnen zowel Gunther als Siegfried met beiden een tarnhelm over hun hoofd om Brünnhilde in de maling te nemen. Het is een goede vondst om de verwarring die Brünnhilde doormaakt goed voelbaar te maken. Einde van de proloog en 1e akte. Het gebodene is mooi, maar op de een of andere manier ontbreekt de magie.

Tweede Akte

De tweede akte opent met de ontmoeting tussen Hagen en Alberich, Alberich ligt al die tijd doodstil op een schuin lopende balk die uitkomt op het podium. Tijdens deze scène laat hij zich langzaam naar beneden glijden en verdwijnt later door een gat in de podium-vloer. Siegfried komt, nog steeds met de tarnhelm over zijn hoofd terug en zet vervolgens de tarnhelm af, de tarnhelm dient niet alleen om van gedaante te veranderen, maar ook als tele-porteur. Star-Trek is dus schatplichtig aan Richard Wagner. Hagen roept zijn mannen bij elkaar voor de dubbele bruiloft. Zijn mannen blijken een soort goudkleurige houterig bewegende poppen te zijn, hun gezichten zijn niet te zien omdat ze een gaashelm dragen zoals in de schermsport. Door de belichting lijkt het alsof ze gesloten helmen dragen. Onpersoonlijke marionetten van Hagen. Het is voor het eerst in de Ring dat er een koor optreedt en de scène komt goed en krachtig uit de verf. Brünnhilde met een rode shawl over haar hoofd wordt door Gunther voortgeleid en even later stapt ook Siegfried tevoorschijn, nu in een zelfde soort kostuum als Gunther en Gutrune. Aan het eind van deze akte wordt de moord op Siegfried gepland. Er is een prachtige samenzang met Brünnhilde als linksvoor, Hagen in de spits en Gunther rechtsvoor op het podium. De magie die in de eerste akte enigzins ontbrak, doortrekt nu het theater, op naar een adembenemende 3e akte.

Vlak voor het begin van de derde akte raak ik in gesprek met een Engelsman uit Londen, die daar een cd-winkel heeft en Bernard Haitink tot zijn clientèle mag rekenen. Hij heeft de Ring in Covent Garden gezien en vindt ook de Amsterdamse Ring fantastisch mooi, wat ik direkt met trots beaam.

Derde Akte

De Rijndochters zijn terug en manen Siegfried tot het teruggeven van de Ring, want anders zal hij vandaag nog zijn dood vinden. Om te bewijzen dat hij geen waarde hecht aan lijf en leven zet hij bij gebrek aan een kluit aarde, de punt van Nothung op zijn keel. Onze gouden marionetten arriveren onder leiding van Hagen en ze gaan er eens goed voor zitten. Gunther heeft een groen pak aan met een bijpassende groene hoge hoed.

Hagen zet Siegfried op zijn praatstoel en steekt hem daarna dermate grondig in de rug, dat Siegfried nog net genoeg adem heeft voor een groet aan Brünnhilde om vervolgens zijn laatste adem uit te blazen. Exit mislukte verlosser, de echte verlosser treedt op in het vervolgdrama, Parsifal. Heinz Kruse heeft al met al een lyrische, mooi zingende en verstaanbare Siegfried neergezet. We krijgen nu de best gelukte scène te zien van deze Götterdämmerung. Hartmut Haenchen en orkest samen met Jeanine Altmeyer (Brünnhilde) maken van Siegfried's Treurmars een onvergetelijke beleving. Op een leeg podium ligt een dode Siegfried, langzaam komt Brünnhilde aangelopen en drapeert een zwart laken over zijn lijk. Het is een perfecte samensmelting van beweging en muziek, een gevoelvolle Brünnhilde op haar best! Tijdens dit hele deel blijft zij bij hem, hier sterft niet zomaar een man, hier sterft een idee, hier sterft een hoop, hier sterft een kans op een nieuwe wereld niet gebaseerd op macht en corruptie maar op liefde. Hagen en zijn mannen met Gunther keren terug. Nadat Hagen Gunther heeft neergestoken wil hij de ring van Siegfrieds hand nemen, maar Brünnhilde die niet van Siegfried's zijde is geweken heft de bewuste hand omhoog en Hagen ziet af van zijn plan. Gutrune ziet nu ook Hagen voor wie hij is en als dank breekt Hagen haar de nek en legt het lijk naast de dode Gunther. Wagner had het beter met haar voor dan Audi. Voordat Brünnhilde zich in het vuur wil werpen bezingt zij haar liefde voor Siegfried, de gloeilamp zakt weer naar beneden en Hagen probeert de lamp te doven. Het vuur waarin Brünnhilde zich werpt is een groot rood laken met in het midden een gat waar Brünnhilde haar hoofd doorheen steekt. De 4 punten worden door bedienden tegen de grond gehouden om ze vervolgens omhoog en omlaag te bewegen waardoor de binnenkomende lucht het laken doet opbollen en de suggestie moet wekken van vuur. Rode TL-buizen die in de zaal langs de balkons zijn bevestigd springen aan. Van onder wordt het glazen podium met blauw licht verlicht en ook in de orkestbak is blauwe verlichting te zien, de Rijn treedt over haar oevers. Het podium schuift in 2 delen van elkaar weg en Hagen verdwijnt in de kloof. Kurt Rydl heeft als zanger en acteur grote kwaliteiten en dit kwam goed tot uiting in de creatie van Hagen. Ook Gunther en Gutrune kregen een goede invulling. Helemaal aan het eind schuiven de twee podiumdelen weer tegen elkaar aan, op het achterste deel zien we nu allerlei raders en metaalachtige onderdelen door elkaar heen liggen, alsof een reusachtig uurwerk de geest heeft gegeven. De gebroken reuzen-speer van Wotan is nu ook weer in beeld, hij steekt van boven-achter naar voren, met een touw zijn de twee delen provisorisch aan elkaar gebonden. Het eind is licht onbevredigend omdat er geen duidelijke verwijzing wordt gegeven naar een nieuw begin, maar verder heel veel lof voor deze derde akte. Haenchen en zijn orkest vond ik uitstekend, hier en daar wat minder gepolijst (in vergelijking met Siegfried) en verbrokkeld, wel passend dus bij Götterdämmerung.

De eindconclusie voor de hele Ring is buitengewoon positief, er is goed gecast, alhoewel de prestaties wisselend zijn. Niet elke scène kan als geslaagd worden beschouwd, maar er valt erg veel te genieten. Vanaf Siegfried weet Haenchen volledig te overtuigen, dit beloofd voor de cycli in 1999 ook voor Rheingold en Walküre een herkansing. Amsterdam kan met recht trots zijn op zijn eigen Ring!


| Foto's Das Rheingold | Foto's Die Walküre | Foto's Siegfried | Foto's Götterdämmerung |

Naar Boven